Wie is verzekerd
Dat zijn alle ingezetenen. Dat is iedereeen die legaal in Nederland woont. Ook bepaalde
niet-
Voorwaarde is wel dat een AWBZ-
Wat is verzekerd
De verzekeringsaanspraken zijn conform artikel 6 van de AWBZ vastgelegd in het Besluit Zorgaanspraken. Dit besluit is verder aangevuld met de regeling zorgaanspraken AWBZ waarin nog aanvullende bepalingen zijn opgenomen, zoals de verwijzing door de huisarts.
Het Besluit Zorgaanspraken was tot 1 april 2003 aanbodgericht hetgeen wil zeggen dat men verzekerd was voor bijvoorbeeld opname in een verpleeghuis of GGZ. Het oude besluit beschreef per zorgsector (GGZ, gehandicaptenzorg, Verpleging & verzorging e.d.) verschillende typen instellingen (APZ, RIAGG, RIBW e.d.).
Deze sector-
De functies
De volgende functies worden onderscheiden
• persoonlijke verzorging (art 4)
• verpleging (art 5)
• ondersteunende begeleiding (art 6)
• activerende begeleiding (art 7)
• behandeling (art 8)
• verblijf (art 9)
• overige zorg, zoals vervoer (art 10-
Zie ook menu -
Doelgroepen
De indeling in zorgsectoren wordt verlaten. Hiervoor in de plaats worden groepen verzekerden genoemd met een of meer van de volgende aandoeningen of beperkingen:
• somatische aandoening of beperking,
• psychogeriatrische aandoening of beperking,
• psychiatrische aandoening,
• verstandelijke handicap,
• lichamelijke handicap,
• zintuiglijke handicap, of
• psychosociaal probleem.
In de praktijk bieden instellingen ook aanvullende diensten aan zoals waskosten e.d.
Over wat nu wel en niet onder de verzekerde zorg valt bestond de nodige onduidelijkheid.
Het College van Zorgverzekeringen heeft in de brochures “Daar kunt u op rekenen in
een AWBZ-
Hoe kom je aan de zorg
VWS heeft de indicatiestelling gecentraliseerd in het landelijk Centrum Indicatiestelling Zorg. De positie van het CIZ wordt conform artikel 9a van de AWBZ geregeld in het Zorgindicatiebesluit. Dit besluit regelt de toegang tot de AWBZ.
De indicatieprocedure loopt in hoofdlijnen als volgt:
•De cliënt meldt zich, al dan niet via een verwijzer, aan bij het CIZ.
•Indicatiestellers van dit centrum voeren vervolgens een indicatieonderzoek uit waarbij ze gebruik maken van een protocol en een landelijk vastgestelde formulierenset. Daarnaast zijn ter ondersteuning van de indicatiestellers protocollen en handreikingen opgesteld.
•Het CIZ neemt vervolgens binnen 6 weken na aanmelding een besluit. Het zogenoemde Indicatiebesluit. Bij spoedeisende hulp is deze termijn 2 weken waarbij het Zorgkantoor al direct kan besluiten om toestemming te geven tot het verlenen van zorg (indicatie achteraf dus).
•De indicatiestellers maken bij de indicatiestelling gebruik van protocollen. Voor iedere functie is er een opgesteld.
Zorgindicatiebesluit
In het Zorgindicatiebesluit wordt aangegeven voor welke functie(s) de cliënt is geïndiceerd.
Hierbij wordt de zorgzwaarte vermeld. Deze wordt uitgedrukt in klassen die uitgaan
van het aantal uren zorg per week dat iemand nodig heeft. Bij dagbesteding (onderdeel
van ondersteunende-
Tevens vermeld het besluit de aandoening of beperking van de cliënt (doelgroep).Tot slot wordt de gewenste ingangsdatum van de zorg vermeld en de geldigheidsduur van het indicatiebesluit. De geldigheidsduur kan voor onbepaalde tijd zijn. VWS kan overigens aanvullende regels stellen over de wijze waarop het CIZ met deze geldigheidsduur moet omgaan. Per 1 juli 2007 worden indicaties met de functie ‘verblijf’ erin beschreven in zorgzwaartepakketten (ZZPs).
Het indicatiebesluit vormt voor de cliënt de toegang tot de zorg. Het is aan het Zorgkantoor om er voor te zorgen dat de geïndiceerde zorg ook daadwerkelijk geleverd kan worden.Het Zorgindicatiebesluit kent nog een aanvullende restrictie. Het zogenoemde doelmatigheidscriterium. Het verlenen van thuishulp kan op een gegeven moment beduidend duurder worden dan opname in een instelling. VWS kan via het doelmatigheidscriterium grenzen stellen aan de omvang van thuiszorg , Men noemt dit ook wel het omslagpunt. Vraagsturing kent wat dat betreft haar financiële grenzen.
Zorg in natura of PGB?
Na het indicatiebesluit heeft iedere cliënt de keuze tussen een persoonsgebonden budget (PGB) of zorg in natura. Dit geldt voor alle functies met uitzondering van de functies behandeling en verblijf.Bij een PGB krijgt de verzekerde op basis van zijn indicatie een geldsom op zijn giro overgemaakt waarmee hijzelf de zorg kan inkopen. Over de besteding dient verantwoording te worden afgelegd aan het Zorgkantoor. Anders dan bij de zorg in natura is de verzekerde (de budgethouder) nu zelf regisseur en verantwoordelijk voor de inkoop van zorg. Feitelijk wordt met een PGB de zorgplicht van het Zorgkantoor afgekocht.De keuze voor een PGB kan per functie worden gemaakt. Zo is het mogelijk dat een cliënt die geïndiceerd is voor verzorging en ondersteunende begeleiding kan kiezen voor een PGB voor de begeleiding en voor zorg in natura voor de verzorging. Binnen de functies begeleiding is zelfs nog een keuze mogelijk tussen begeleiding in uren en dagactiviteiten: dagactiviteiten via een PGB en uurbegeleiding in natura of andersom. Kortom een grote variatie en keuzevrijheid voor de cliënt in de mix tussen PGB en zorg in natura.
Het PGB wordt gegeven op basis van een subsidieregeling die wordt uitgevoerd door het Zorgkantoor.
Wie levert de zorg
Wie in Nederland de AWBZ-
Tot 1 april 2003 waren instellingen toegelaten voor een bepaalde sector en voor een bepaald type instelling (bijvoorbeeld verpleging). Tevens werd in de toelating de capaciteit vermeld in aantallen plaatsen en al dan niet voorzien van aanvullende specificaties (bijvoorbeeld 100 plaatsen voor verpleging).
Per 1 april is dit veranderd. In de overgang naar de nieuwe situatie zijn alle bestaande
toelatingen via een beschikking van het CvZ omgezet in toelatingsbeschikkingen nieuwe
stijl. Instellingen zijn nu toegelaten voor een of meer zorgfuncties. Alleen indien
sprake is van de functie verblijf wordt hierbij aangegeven voor welke doelgroep (inclusief
specificaties) en aantal plaatsen dit is. Dit laatste blijft gebeuren op titel van
afgegeven WTZi-
De toelating wordt sinds medio 2006 afgegeven door het ministerie van VWS. Individuele
instellingen kunnen alsnog uitbreiding vragen van het aantal functies waarvoor men
is toegelaten.Iedere AWBZ instelling kan voor de functies waarvoor hij is toegelaten
ambulante-
De functionele aanspraak leidde er dus toe dat in april 2003 de AWBZ-